De Jussens en Amsterdam Sinfonietta

Lucas en Arthur Jussen keren terug bij Amsterdam Sinfonietta met een wereldpremière van Dobrinka Tabakova en twee concerten van Bach. De broers verheugen zich op de tournee met tien concerten in Nederland. En Tabakova vertelt over haar nieuwe compositie.
Agnes van der Horst en Noortje Zanen

Ze hadden er nooit bij stilgestaan dat ze wel eens bekende professionele pianisten zouden worden, zeggen Arthur en Lucas Jussen, elkaar afwisselend tijdens het interview dat eind deze zomer plaatsvond. ‘Je begint met pianospelen, omdat je het super leuk vindt en je zo van muziek houdt – en dat is nog altijd zo. Gelukkig is het bij ons allemaal heel geleidelijk gegaan, waardoor we de ruimte hadden ons te ontwikkelen en te bewijzen wat we kunnen, en nu zijn we zover dat we interessante en nieuwe dingen kunnen gaan doen en ons iedere keer weer opnieuw blijven uitvinden.’


‘Bij een groot orkest heb je vaak weinig contact met de musici, je communiceert dan meestal via de dirigent. Maar bij Amsterdam Sinfonietta is het echt samen muziek maken’


Die “nieuwe, interessante dingen” kleuren al veel van hun optredens. Deze zomer maakten Lucas en Arthur hun debuut in het Holland Festival met een veelgeprezen uitvoering van Stockhausens Mantra. Het getuigde van lef en zelfvertrouwen dat de broers – relatieve nieuwkomers op het terrein van eigentijdse muziek – zich waagden aan het enorm complexe, ruim een uur durende stuk. Van de uitvoerders vergt het ijzeren concentratie, perfecte timing, diep inzicht en grote muzikaliteit. De Jussens bleken het allemaal – en meer – in huis te hebben. Op hun meest recente cd prijkt een nieuw stuk van de Turkse pianist en componist Fazil Say, en tijdens hun tournee in november met Amsterdam Sinfonietta spelen ze de première van een concert voor twee piano’s van de Brits-Bulgaarse Dobrinka Tabakova. Een paar jaar terug gingen ze al eerder op concertreis met Amsterdam Sinfonietta en dat beviel prima. ‘We verheugen ons er heel erg op om weer met ze samen te werken’, zeggen de broers. ‘Het is een fantastisch ensemble met topmuzikanten. De muziek zit hen echt in het bloed. Er hangt altijd een hele leuke, warme sfeer. Bij een groot orkest heb je vaak weinig contact met de musici. Je communiceert dan meestal via de dirigent. Maar bij Amsterdam Sinfonietta is het echt samen muziek maken.’


Lekker spannend

In het tourneeprogramma kunnen de Jussens zich van hun veelzijdigste kant laten zien. Naast het spiksplinternieuwe, speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde werk van Tabakova voeren ze twee dubbelconcerten uit van Bach, ook bepaald geen dagelijkse kost voor de pianisten. ‘Lekker spannend’, vinden ze. ‘Bach is voor ons een nieuwe weg. Hij is een categorie apart, misschien wel de basis van alles, de hele klassieke muziek. ‘We gaan ons heel grondig in zijn werk verdiepen, want er zit zo ontzettend veel in zijn muziek. We zijn van plan mensen te zoeken die ons daarbij kunnen sturen.’ Hoe ze de vertaalslag van klavecimbel naar moderne vleugel gaan maken weten ze ten tijde van het interview dan ook nog niet precies. ‘Het pedaalgebruik is vaak het grootste struikelblok, maar helemaal geen pedaal gebruiken gaat weer wat te ver. Het zal wel neerkomen op af en toe een beetje pedaal: de gulden middenweg, maar hoe dan ook, het belangrijkste is uiteindelijk hoe de muziek op het publiek overkomt.’


‘Het nieuwe dubbelconcert van Tabakova is vitaal, swingend, virtuoos, energiek en bovenal goed geschreven!’


Over het nieuwe werk van Tabakova zijn Lucas en Arthur Jussen ook heel enthousiast. ‘Het dubbelconcert is vitaal, swingend, virtuoos, energiek en bovenal goed geschreven. Wij vinden eigenlijk dat niemand deze tour van Amsterdam Sinfonietta en Slagwerk Den Haag mag missen, omdat er fantastische muziek door geweldige musici (en dan hebben we het niet over ons zelf) wordt gespeeld. Omdat er een brug wordt geslagen tussen oude en eigentijdse muziek, omdat generaties worden samengebracht qua muziek en hopelijk straks ook qua publiek. En omdat de muziek van Bach recht je ziel in gaat en omdat Dobrinka Tabakova dat met deze compositie op haar manier in onze ogen ook doet.’


Together remember to dance

Al dit voorjaar had Dobrinka Tabakova heel duidelijk voor ogen hoe haar werk voor Arthur en Lucas zou worden, zo vertelt ze. ‘Als ik componeer houd ik altijd voor ogen wie het werk in première brengt en ik vind de manier waarop de Jussens muziek uitvoeren heel inspirerend. Ik heb ze Mozart horen spelen, Beethoven en ook Mantra van Stockhausen. Hun spel roept bij mij associaties op aan energie, maar ook bedachtzaamheid en diepgang. Dat zijn dan ook de sleutelwoorden voor het stuk.’ En omdat ook Bartóks Muziek voor snaren, slagwerk en celesta op het tourneeprogramma staat heeft ze in het dubbelconcert de strijkers aangevuld met twee slagwerkers.


‘Mijn doel was iets te schrijven dat vooral ook een beetje opvrolijkt’


In een recent interview in het Parool met Marjolijn de Cocq verklaart Dobrinka Tabakova de titel van het nieuwe dubbelconcert: Together remember to dance. ‘Mijn doel was iets te schrijven dat vooral ook een beetje opvrolijkt. Het nieuws van nu is erg verontrustend en bangmakend, die druk voelen we allemaal. Dit is mijn kleine bijdrage om het gevoel over te dragen dat we, já, écht, samen kunnen werken, samen kunnen genieten. Het is wel een complex stuk; het eerste deel is heel gelaagd, als een soort metafoor voor onze gemengde samenleving. Iedereen trekt zijn eigen kant op, terwijl het tegelijk ook allemaal samenkomt. Een bespiegeling van de tijd waarin we leven.’

Het is overigens niet de eerste keer dat Tabakova en Amsterdam Sinfonietta samenwerken. In 2008 speelde het orkest de première van haar Celloconcert. ‘Dat is bepalend geweest voor mijn verdere werk, er is een diepe artistieke verbondenheid’, aldus Tabakova in hetzelfde interview in het Parool. ‘Amsterdam Sinfonietta is een geweldig orkest. De wetenschap dat zij dit werk zouden uitvoeren gaf me de vrijheid om het zo te doen. Ik weet dat ik ze niet hoef te sparen. We hebben net de eerste repetitie gehad en die bevestigde dat alleen maar. Zij kunnen de techniek achter zich laten en er echt muziek van maken. Spannend, het was de eerste keer dat ik het stuk buiten mijn hoofd hoorde.’

 
deel deze pagina