Candida Thompson over Spiegel im Spiegel

In mei 2020 slaan de zangers van het Nederlands Kamerkoor de handen ineen met de strijkers van Amsterdam Sinfonietta. Er klinkt bekend maar vooral ook onbekend werk van Britse en Baltische componisten. Candida Thompson, artistiek leider van Amsterdam Sinfonietta, werpt licht op een uitdagende voorstelling.

Guido van Oorschot


Candida Thompson staat op het netvlies van iedereen die weleens aanschuift bij een concert door Amsterdam Sinfonietta. De Britse is artistiek leider van het strijkorkest, dat wordt gerekend tot ‘s werelds beste. Steevast leidt ze haar troepen vanaf haar plek links vooraan op het podium. Op een zonnige herfstdag komt ze aanlopen bij Brasserie Keyzer, de horecazaak pal naast het Amsterdamse Concertgebouw. Ze ploft neer en bestelt een cappuccino.

Lichte schrik flitst in haar ogen als ik vraag of ze kan vertellen over de aanstaande samenwerking met het Nederlands Kamerkoor. ‘Poeh, wat ben je vroeg! Eerlijk gezegd is het in mijn hoofd een warboel. Programma’s en seizoenen lopen door elkaar, ik ben nu al bezig met wat we 2021/22 zullen spelen.’

Maar vooruit, Candida Thompson schraapt haar concentratie bij elkaar. Ze vertelt dat Sinfonietta en het Kamerkoor pakweg elke drie jaar samen een voorstelling maken. De laatste keer, in 2017, stond op de lessenaars onder meer muziek van Bach en het Requiem van Fauré. ‘Furie ingebed in een meditatieve sfeer’, kopte NRC Handelsblad boven een enthousiaste viersterrenrecensie. Het nieuwe programma koppelt oude Britse aan nieuwe Baltische muziek.


Hoe kwam het tot stand?

‘Ik heb eerst veel stukken beluisterd en vervolgens eindeloos gebeld en gemaild met de artistiek coördinator en de directeur van het Kamerkoor, Jasper Schweppe en Tido Visser. Het denken begon met een beroemde compositie van Ralph Vaughan Williams, de Fantasy on a Theme by Thomas Tallis. Het is een fantastisch werk voor dubbel strijkorkest uit 1910, geschreven rond een melodie van de Engelse renaissancecomponist Thomas Tallis. Ik dacht: als we toch een koor bij de hand hebben, is het leuk als ze niet alleen Tallis’ oorspronkelijke stuk zingen, maar ook het thema terwijl wij Vaughan Williams spelen.’


En vanwaar de Balten?

‘Ik had al jaren mijn zinnen gezet op Plainscapes van de Let Peteris Vasks. Hij schreef het voor de zeldzame combinatie van viool, cello en koor. Al zoekend stuitte ik bovendien op een verbijsterend originele compositie van de Est Lepo Sumera. Zijn Concerto per voci e strumenti, een grillig maar prachtig stuk, bleek voor ons programma ideaal. Het Kamerkoor zelf had al een spannend werk van de Est Veljo Tormis op het repertoire, Curse upon Iron, inclusief een roffelende sjamaandrum. Arvo Pärt kwam er als laatste bij, met Spiegel im Spiegel. Samen met Vaughan Williams legt hij een fraaie accolade rond het programma, hun muziek deelt iets mysterieus.’


Was het lastig er een eenheid van te smeden?

‘We moesten rekening houden met zoveel aspecten. Denk aan het complexe stuk van Sumera, dat nieuw is voor iedereen. Bij wijze van uitzondering doen we dat toch met een dirigent. De dramaturgie van de voorstelling moeten we trouwens nog bepalen. Ik denk dat we intiem beginnen, met Spiegel im Spiegel voor viool en piano. Daarna langzaam uitbreiden naar Tallis, Vaughan Williams en de explosie van Tormis. En dan gaandeweg terug naar de intimiteit.’


Wat is voor Sinfonietta de uitdaging van werken met het Kamerkoor?

‘Zangers kunnen iets wat strijkers neigen te vergeten: ademen. Het is goed dat we daar van tijd tot tijd aan worden herinnerd. Verder verheug ik me erop alle koorleden beter te leren kennen.’


Wat wordt de uitdaging voor de zangers?

‘Vermoedelijk de stukken zonder dirigent. Zangers hebben nu eenmaal meer behoefte aan visuele informatie. Zodra klank uit je eigen lichaam komt hoor je de omgeving minder goed. Zonder dirigent krijgen musici meer eigen verantwoordelijkheid, ze moeten zelfstandig beslissingen nemen, bijvoorbeeld over zaken als timing.’


In welke vorm steekt Amsterdam Sinfonietta?

‘We zitten in een gelukkige fase. We vormen een homogene club professionals die graag samen muziek maken. In het dagelijks leven zijn we niet per se bevriend, maar zodra we bij elkaar komen staan onze neuzen dezelfde kant op. We hebben in de loop der tijd al zoveel uitdagingen overwonnen dat we bij een nieuw project meteen in de noten kunnen duiken. Ik ben de artistiek leider, maar ik streef ernaar dat het ensemble van ons allemaal is. Iedereen mag zijn zegje doen, over ideeën kaatsen we graag. Een fijne kant van Nederlanders is dat ze goed zijn in het omgaan met problemen. Onze musici zullen nooit botweg zeggen: dit kán niet. Ze proberen altijd een oplossing te vinden.’


Het zal een voordeel zijn dat ze gepokt en gemazeld zijn in vele stijlen, van oude muziek tot de meest moderne.

‘Jawel, maar dat geldt vandaag de dag voor musici wereldwijd. De specialisatie in oude en nieuwe muziek die vanaf de jaren 1960 ook in Nederland plaatsvond, was een opwindende revolutie. Maar tegenwoordig zijn we alweer een stap verder. Het publiek wil méér horen dan stijlzuiverheid, het valt voor muzikanten met een verhaal.’


Spiegel im Spiegel met het Nederlands Kamerkoor: 7 t/m 21 mei 2020

Deel deze pagina
     

Wat zijn de voordelen van series?

  • ruime seriekorting
  • 10% extra Vriendenkorting
  • vrije-keuze-serie in Amsterdam, korting vanaf 3 concerten
  • vanaf 6 concerten gratis cd naar keuze
 

Amsterdam Sinfonietta maakt gebruik van Cookies ter verbetering van onze website. Maakt u verder gebruik van onze website dan gaat u hiermee akkoord.
Meer informatie

Ok