'Dit gaat over schoonheid': interview met Felix Klieser

Mooi spelen, details, lange lijnen: hoornist Felix Klieser is er dagelijks mee bezig als hij een stuk instudeert. Bij Amsterdam Sinfonietta soleert hij met Ilker Arcayürek in Brittens Serenade voor tenor, hoorn en strijkers: ‘Dit gaat over schoonheid’.

Tekst: Frederike Berntsen


Felix Klieser (1991) was vier jaar en wist zeker: ik wil hoorn spelen. Echter, Klieser werd geboren zonder armen, dus enige inventiviteit was geboden. Maar hij zette door, de hoorn staat op een standaard en de ventielen bedient hij met de tenen van zijn linkervoet. Een fraaie internationale carrière ontvouwde zich, en dat terwijl er in huize Klieser niet speciaal muzikale interesse was.

In Göttingen, zijn geboorteplaats, werd de enige hoornleraar die beschikbaar was de zijne. Later studeerde Klieser in Hannover. Jaren van noeste arbeid brachten de musicus waar hij nu is. Hoornisten ‘stoppen’ hun instrument met de rechterhand om het timbre en de toonhoogte te kunnen beïnvloeden, Klieser moest daarvoor een oplossing vinden met zijn lippen, en zo de sterke klankvoorstelling die hij in zijn hoofd had overbrengen op zijn instrument. Als het stoppen onvermijdelijk is, gebruikt hij een mechanisch apparaat dat hij bedient met zijn rechtervoet. Zijn opmerkelijke levensverhaal tekende hij op in Fußnoten.

Maar nu staat ook voor Felix Klieser het leven stil, op een enkele concertstream na. ‘Het volle leven breng ik over op mijn spel. Muziek maken betekent voor mij verhalen vertellen. Daarvoor moet je wel in beweging zijn, volop in het bruisende leven staan. Wat ik van het leven leer, kan ik kwijt in de muziek.

In deze tijd is het dramatisch dat er nauwelijks tot geen concertmogelijkheden zijn, voor de musici en voor het publiek. Maar ik heb iets leuks bedacht’, zegt Klieser opgewekt. ‘Ik startte onlangs een kleine shop op mijn website, waarin je cd’s kunt bestellen die ik signeer en waarop ik desgewenst een opdracht zet. Een prettige manier om in contact te blijven met mijn publiek.’

Zijn optreden met Amsterdam Sinfonietta vormt een lichtpuntje. Met artistiek leider Candida Thompson speelde de Duitse hoornist al eerder samen. Het strijkersensemble is nieuw voor hem, althans live. ‘De energie en transparantie die ik op cd heb beleefd spreken me zeer aan. Het kamermuzikale samenspel is ook iets wat me na aan het hart ligt. De uitdaging is groot bij een dergelijke bezetting: je hoort alles, je kunt niets verbergen. Ik verheug me enorm op deze Amsterdamse samenwerking.’

‘Het is lang geleden dat ik Brittens Serenade heb gespeeld, dat was tijdens mijn studie. Sindsdien is het stuk blijven liggen. Pas de laatste tijd zijn er toevallig verschillende aanvragen binnengekomen om het werk te komen uitvoeren. Het is heerlijk om steeds met divers repertoire bezig te zijn. Ik heb nauwelijks favoriete stijlperioden, componisten of stukken. Muziek maken is voor mij alleen interessant als ik met alles in contact kan staan, me in alles kan verdiepen.’

‘De Serenade is zeer bijzonder. Hoe Britten omgaat met de kleur van de hoorn in combinatie met de stem is prachtig en puur.’ Klieser denkt hardop na: ‘Deze Serenade is met geen enkel werk te vergelijken. Je moet hem naar mijn idee zo mooi mogelijk proberen te spelen, iedere frase rond laten klinken. Dit gaat over schoonheid. Stel je hebt een stukje taart, je voegt wat suiker toe en een beetje slagroom, je maakt het nog iets mooier dan het al is.’

‘Ik ben daar überhaupt erg mee bezig, denken in termen als mooi en schoonheid. Ik ben bezig met details en lange lijnen. Toen ik jonger was speelde ik alles vrij agressief. Zo van: hier ben ik, kijk, dit is wat ik kan. Ik voelde me de solist die aanwezig moest zijn, en die alles met zoveel mogelijk energie over het voetlicht moest brengen. Letterlijk in de schijnwerpers willen staan. Dat showgevoel heb ik nu helemaal niet meer. Mijn hoogste doel is plezier hebben in muziek maken. Dit is geen sport waarin je de beste moet willen zijn, maar een vak dat je zo goed mogelijk probeert uit te oefenen en dat jou en de luisteraar een fijn gevoel moet geven.’

Britten schreef de Serenade in 1953, voor hoornist Dennis Brain. Er bestaan opnames onder leiding van de componist. Klieser neemt die laatste voor kennisgeving aan, ze vormen hooguit een bron van inspiratie, maar geen direct voorbeeld. ‘Zoals met ieder werk gaat het om de individuele benadering van de uitvoerder. Mijn idee, mijn gevoel bij een stuk is anders dan van welke speler ook – dat is juist het mooie van muziek, ze klinkt nooit hetzelfde. Dat kenmerkt een goed werk: je kunt het op vele manieren spelen, en het blijft krachtig.’

Deel deze pagina
 

Amsterdam Sinfonietta maakt gebruik van Cookies ter verbetering van onze website. Maakt u verder gebruik van onze website dan gaat u hiermee akkoord.
Meer informatie

Ok