Een sardonische dans en een hymne

Al vanaf de tijd dat Amsterdam Sinfonietta nog Nieuw Sinfonietta Amsterdam heette, speelt Liza Ferschtman regelmatig met de Sinfonietta-musici. In oktober is ze weer van de partij, nu met twee totaal verschillende werken: een weinig gespeelde Sjostakovitsj en een overbekende Pärt.
Agnes van der Horst

Liza Ferschtman heeft een band met de muziek van Sjostakovitsj, maar ook met Amsterdam Sinfonietta dat óók een band heeft met Sjostakovitsj. Dus mooier en beter kun je het haast niet krijgen. Ze speelde Sjostakovitsj al vroeg in haar carrière. Samen met haar ouders, cellist Dimitri Ferschtman en pianiste Mila Baslawskaja, voerde ze onder meer het Tweede Pianotrio uit, een compositie uit de jaren veertig. Liza: ‘De afgelopen jaren ben ik langzaam maar zeker doorgedrongen tot het late repertoire van Sjostakovitsj zoals zijn Tweede Vioolconcert en de Vijftiende Symfonie in kamermuziekbezetting. Ik leerde die taal steeds beter spreken, dat was een fijn proces.’


Met Amsterdam Sinfonietta speelt ze in oktober Sjostakovitsj’ Vioolsonate in G uit 1968, een indringende en complexe compositie die je zelden hoort. Ook voor Liza was het nieuw. ‘Omdat ik me al thuis voelde in de late werken van Sjostakovitsj, wist ik dat dit stuk bij me past. Hij was een van de eerste componisten die politiek ging componeren, maar in zijn latere werk, zoals deze Vioolsonate, combineert hij dat politiek geladene met pure, persoonlijke muziek die intiemer en dieper is. Je hoort er de kwetsbare Sjostakovitsj doorheen.


‘Het is een zware compositie, een elegisch stuk. Je hoort er de kwetsbare Sjostakovitsj doorheen.’


Het is een zware compositie, een elegisch stuk. Zo’n hoogstpersoonlijk en emotioneel werk doet iets met je. Het maakt het zwaar om uit te voeren, en zeker als je dat een paar keer achter elkaar doet is dat emotioneel uitputtend. Het gebeurt niet vaak dat ik zelf geëmotioneerd raak tijdens het spelen en dat mag natuurlijk ook niet, maar er zijn stukken van Sjostakovitsj, zoals het Tweede Pianotrio, waarbij ik aan het eind toch altijd moet even slikken. Ik ben benieuwd hoe dat met dit stuk zal gaan.

Uit de muziek van Sjostakovitsj klinkt vaak verlatenheid en eenzaamheid, maar in de Vioolsonate zijn er meer en heel verschillende stemmingen en emoties. Zo eindigt het met een steeds meer in de duisternis afdalende elegische passacaglia. Door de herhalende baslijn ontstaat een cadans met een bijna hypnotisch effect. Het middendeel is een tour de force voor het uithoudingsvermogen, bijna continu forte of fortissimo: een sardonische dans, lachen met de kaken stijf op elkaar, op weg naar een onafwendbaar tragisch einde. De uitdaging is vooral om de innerlijke spanning die onder de muziek zit van begin tot eind geen moment te laten verslappen. Maar misschien is het zoeken naar de balans tussen het laten horen van de persoonlijke emoties, mijn eigen visie én de muziek gewoon de muziek laten, wel het moeilijkste aan dit stuk.’

Aansluitend op de Vioolsonate van Sjostakovitsj speelt Liza Ferschtman de solopartij van het alom bekende en geliefde Fratres van Arvo Pärt. ‘Ik was er eerst wat aarzelend over,’ bekent Liza Ferschtman eerlijk, ‘ik heb een gezonde argwaan tegen stukken die heel populair zijn. Maar ik ben Fratres toch gaan waarderen. Het heeft iets heel groots en hymne-achtigs, zeker in de versie voor viool, strijkers en slagwerk, waarbij de strijkers het begeleidend instrument zijn. Dat werkt prachtig en het geeft extra diepte. Mede daardoor heb ik de kracht van het werk ervaren. Ook bij Pärt is het vooral zaak de spanningsboog vast te houden tijdens al die verschillende lagen en die herhalende akkoorden. En ook hier gaat het om de kunst afstand en persoonlijke emotie in balans te houden. Het gevaar van zo’n bekend werk is dat mensen het al bij voorbaat mooi vinden. Maar dat maakt het tegelijkertijd een extra uitdaging: het zó te spelen dat iedereen opnieuw heel goed gaat luisteren. Een mooie bijkomstigheid is dat Fratres een groot publiek trekt, dat zo ook in aanraking komt met de Vioolsonate van Sjostakovitsj.’


‘Het gaat om de kunst afstand en persoonlijke emotie in balans te houden.’


Liza Ferschtman hoort thuis in het vakje sterviolisten, maar voor sterallures heeft ze geen talent. Ze doet niet moeilijk als een interview, zoals voor dit artikel, in haar welverdiende vakantie plaatsvindt, vlak na de 22 ste editie van haar – alweer goed bezochte en besproken – Delftse Kamermuziekfestival en optredens in Zweden. Ze speelt bij alle grote orkesten van de wereld, maar haar hart ligt vooral bij de kamermuziek. Daarom werkt ze graag met Amsterdam Sinfonietta.

‘Amsterdam Sinfonietta maakt altijd veel tijd vrij voor uitgebreide grondige repetities. Iedereen krijgt daardoor de kans de diepte in te duiken en tot een goed resultaat te komen. Dat werkproces zonder dirigent is prettig, je werkt concreter en directer met elkaar. Ik speel al sinds mijn zeventiende, of achttiende vaak met het ensemble en heb al heel wat mooie concerten met ze gedaan. Het voelt als familie. Er zijn maar weinig orkestleden die ik niet ken, sommigen ken ik zelfs al vanaf het eerste uur. Samenwerken met Amsterdam Sinfonietta is eigenlijk een uitvergrote manier van kamermuziek maken. Ik kijk er ook deze keer weer naar uit.’


5 - 14 okt: ‘Ferschtmans Fratres’. Klik hier voor info en kaarten.

Deel deze pagina
 

Amsterdam Sinfonietta maakt gebruik van Cookies ter verbetering van onze website. Maakt u verder gebruik van onze website dan gaat u hiermee akkoord.
Meer informatie

Ok