Krisztina de Châtel en Claron McFadden over Louis Andriessens Dances

‘Ontspannen die handen, ontspannen. Laat ze hangen. Ja, zo ja, erg mooi.’ Choreografe Krisztina de Châtel kijkt kritisch en levert spaarzaam commentaar. Geen moment wendt ze haar blik af van sopraan Claron McFadden en van Tim Persent, de danser die haar ingetogen volgt.

Frederike Berntsen

In de repetitieruimte wordt gewerkt aan Dances van Louis Andriessen. Op verzoek van Amsterdam Sinfonietta maakte De Châtel een nieuwe choreografie bij het stuk over de Egyptische prinses. Versterkt met percussie, harp en piano begeleidt Amsterdam Sinfonietta de productie. Van De Châtels versie voor een eerdere uitvoering, in 2008, is niets bewaard gebleven, geen flintertje beeld, geen snipper dagboekaantekening. Destijds was McFadden ook van de partij. Andriessen heeft Dances voor haar geschreven.


‘De muziek van Louis is altijd een uitdaging,’ vertelt McFadden. ‘Er moet ritme zitten in wat je doet, tegelijkertijd verlangt hij legatolijnen en wil hij geen vibrato.’ McFadden kent de eisen inmiddels. Ze zong in Andriessens De Staat en De Stijl, en vertolkte de rol van Beatrice in La Commedia. ‘Het lastige hier is de combinatie van zang met de choreografie. Lopen is opeens moeilijk! Het helpt als je weet dat iemand het goed vindt wat je doet, dat is belangrijk – in Krisztina’s geval: “no news is good news”. Ook voor Tim is dit niet makkelijk. De muziek is niet in een eenvoudige drie- of vierachtste geschreven, maar in bijvoorbeeld een vijf- of zevenachtste. Voor mij vloeit de tekst, ik zing. Tim moet mij goeddeels volgen, dat is best ingewikkeld met deze maatsoorten. Maar zodra ik ga tellen, verdwijnt de lijn uit de beweging.’


‘Dit stuk is voor mij geschreven, het past me als een handschoen.’


Die beweging is sober. De handen zijn belangrijk, De Châtels beeldtaal lijkt op die in Egyptische dans. McFadden vertolkt een krachtige, maar eenzame vrouw, zoals ze naar voren komt in The Winged Pharaoh van Joan Grant, waarop Andriessen zich baseerde: “Always I had to preserve an unflawed calm, as though the light around me shone like pearl instead of being flecked with the red of anger. Neyah and I were together, yet I was lonely […].”

Foto: Caro de Jonge

‘Tim vertolkt de innerlijke wereld van de Egyptische prinses,’ zegt McFadden, ‘maar hij vertegenwoordigt ook de koning, Neyah. Hier is sprake van onevenwichtige evenwichtigheid; twee mensen die goed zijn met elkaar, maar ze maken geen contact. Dit stuk is voor mij geschreven, het past me als een handschoen. Ik zong de première in 1991, toen was mijn stem anders. Technisch kan ik nu meer, en daardoor maak ik andere artistieke keuzes. Dances zit in mijn spiergeheugen, ik ken het door en door. Lang geleden zei Louis tegen mij dat mijn stem klinkt als een ongepolijste diamant, niet rond en geraffineerd, maar met een scherp randje. Als ik iets vreselijk vind aan mijn stem is het dat! Voor een componist is die eigenschap blijkbaar aantrekkelijk. Dat scherpe is wel wat minder geworden in de loop der jaren, gelukkig. Dit is muziek uit Louis’ romantische periode, als je wilt. Romantisch in de mooie zin van het woord: er klinken lijnen, de noten stromen en doen iets met je.’


Krisztina de Châtel beaamt: ‘De allereerste keer dat ik een compositie van Louis hoorde, Hoketus, zo’n veertig jaar geleden, was ik onmiddellijk verkocht. Wat een krachtige taal! En zo anders dan Dances. Dances is wonderschone muziek. Louis heeft hiermee een heel ingetogen stuk geschreven, niet typerend voor hem. Er zit zelfs iets oosters in, je hoort een veelzijdig klankspectrum. Voor mij als choreograaf is dat fijn werken. De romantische inslag van Dances vermijd ik opzettelijk in de choreografie, tegenover Louis’ taal wilde ik sierlijke, maar strakke bewegingen zetten. En van mijn oorspronkelijke materiaal, uit 1991, heb ik niets meer. Dit was een spannende, hernieuwde zoektocht.


‘Dances is wonderschone muziek. Louis heeft hiermee een heel ingetogen stuk geschreven, niet typerend voor hem.’


Meteen al het begin, de stilte in de muziek, daar moet je heel precies mee omspringen. Iedere beweging kan er een te veel zijn. De vraag was ook: hoe breng je deze twee personen samen? Zij, Claron, is de prinses, een krachtige figuur, en ze kan en mag niet gestoord worden in haar zang en bewegingen. Hij, Tim, is de begeleidende koning, die beschermend optreedt. De balans tussen die twee is erg delicaat – om die helder uit te werken vond ik een uitdaging. Natuurlijk is er sprake van tekst, maar dat wat er klinkt vormt het uitgangspunt voor de bewegingen die ik bedenk.

Foto: Caro de Jonge

Claron en Tim hebben al vaak samengewerkt. Ze brachten zelf ideeën in, daar is ook ruimte voor in een repetitieproces. Ondanks het feit dat ik veel heb voorbereid, ontstaat een stuk doordat je samenwerkt. Ik zie hoe twee mensen op elkaar reageren, en haak daarop in. Armen vind ik belangrijk in een choreografie, daar gaat kracht vanuit, die moeten goed te zien zijn. Ook in Dances krijgen de armen en handen bijzondere aandacht. Dances biedt mij enorm veel ritmische mogelijkheden, het werk daagt uit. Ik vat deze muziek op als een gebed. Uitzonderlijk mooi.’


27 okt - 4 nov: ‘Andriessen & Moore’. Klik hier voor info en kaarten.

Deel deze pagina
 

Amsterdam Sinfonietta maakt gebruik van Cookies ter verbetering van onze website. Maakt u verder gebruik van onze website dan gaat u hiermee akkoord.
Meer informatie

Ok