Portret: Maarten Mostert

Maarten Mostert speelt niet alleen cello in Amsterdam Sinfonietta vanaf het allereerste begin, hij is tevens één van de oprichters van het strijkorkest. Hij vertelt enthousiast over de spannende beginjaren, hij is trots dat Sinfonietta nog altijd succesvol is en hij ziet uit naar de zevende editie van de Cello Biënnale Amsterdam, het festival dat hij in 2006 in het leven heeft geroepen.

Noortje Zanen

Het is al meer dan dertig jaar geleden dat Maarten Mostert met een groep enthousiaste musici een strijkorkest vormde. Maarten: ‘Er was geen geld en de organisatie liep vanuit mijn huis. Nou ben ik helemaal niet zo’n administratief wonder en ik had ook nauwelijks verstand van computers, dus alle wanden stonden vol met schoenendozen vol met paperassen. We gedroegen ons als een beginnend strijkkwartet: we repeteerden eindeloos lang zonder dat we iets verdienden en dat zagen we als investering in ons nieuwe ensemble. Na de eerste jaren van experimenteren gaven we in 1988 ons eerste concert als Nieuw Sinfonietta Amsterdam onder leiding van de Russische dirigent Lev Markiz. Altvioliste Els Goossens was er toen ook al bij en snel daarna volgden Ernst Grapperhaus, Michiel Weidner en Petra Griffioen [respectievelijk altviool, cello en viool, red.]. Wij zitten alle vijf nog altijd in het orkest, maar er waren ook veel musici die het niet zo lang hebben volgehouden. Vooral in de beginjaren was het verloop groot. Niet iedereen kon de traditionele Oost-Europese aanpak van Lev Markiz waarderen en daarnaast kozen veel musici toch liever voor de veiligheid van een vaste baan. De groep musici die overbleef bestond uit ware liefhebbers die het orkest écht tot een succes wilden maken. Die mentaliteit leeft nog altijd bij de huidige orkestleden, die voor een groot deel al ruim twintig jaar in het orkest zitten.’


Uniek repertoire op het hoogste niveau

‘Hoewel er natuurlijk veel is veranderd de afgelopen dertig jaar - de organisatie is bijvoorbeeld geprofessionaliseerd en het orkest krijgt zelfs subsidies - zijn de basisprincipes van het orkest eigenlijk nog hetzelfde. We zijn met Sinfonietta begonnen in een tijdperk waarin allerlei orkesten juist werden opgeheven of samengevoegd. Dan moet je als nieuw orkest uiteraard wel duidelijk maken waarom je denkt dat je bestaansrecht hebt. We hebben altijd twee criteria nagestreefd: uniek repertoire op het hoogste niveau uitvoeren. Dat betekent dus dat we altijd originele programma’s bedenken en dat we net zo lang repeteren totdat we de muziek écht goed kunnen spelen. We hadden in het begin veel geluk met Lev Markiz, want Russische muziek was eind jaren tachtig enorm populair in Amsterdam, zo stond het Holland Festival in 1989 bijvoorbeeld in het teken van moderne Russische muziek. Het waren ook de jaren van Gorbatsjov, glasnost en perestrojka. En wij hadden onze eigen Russische dirigent met wie we al die Russische muziek speelden, van Sjostakovitsj tot Schnittke en Goebaidoelina. Veel van die componisten had Lev zelf ontmoet. We hadden echt het gevoel dat we heel dichtbij zaten, we hadden een niche te pakken.’


‘Ik ben er echt trots op dat Amsterdam Sinfonietta nog steeds bestaat, dat we nog altijd veel nieuwe stukken spelen en dat we veel meer repetitietijd inplannen dan de meeste orkesten.’


Ook in de jaren na Lev Markiz, tot op de dag van vandaag, heeft het orkest altijd zo veel mogelijk nieuw repertoire gespeeld en bleef het niveau hoog. Maarten is vol lof over het huidige artistieke en zakelijke team en moet bekennen dat hij zich nog altijd nauw betrokken voelt, ook al heeft hij zich al lang geleden teruggetrokken uit de organisatie. ‘Helaas lijkt het tegenwoordig steeds moeilijker om eigentijds repertoire te programmeren. Concertzalen kiezen meestal liever voor Mozart of voor Tsjaikovski’s Serenade voor strijkers. Ik ben er echt trots op dat Amsterdam Sinfonietta nog altijd bestaat, dat we nog altijd veel nieuwe stukken spelen en dat we veel meer repetitietijd inplannen dan de meeste orkesten waardoor we het niveau kunnen bewaken. Omdat we een hele trouwe achterban hebben kunnen we het ons wellicht meer dan sommige andere orkesten permitteren om nieuwe muziek te spelen. Ons publiek vertrouwt ons, de mensen komen naar onze concerten omdat ze ons graag willen horen spelen, ook als we composities spelen die ze niet kennen.’


Cello Biënnale Amsterdam

Maarten Mostert realiseert zich dat hij enorm veel geluk heeft gehad met zijn carrière. Hij speelt nog altijd in zijn eigen orkest, hij is hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam en van 18 t/m 27 oktober vindt al weer de zevende editie plaats van het cellofestival dat hij zelf heeft opgericht: de Cello Biënnale Amsterdam. Maarten vindt het vreselijk dat het klimaat niet gunstig is voor de klassieke muziek, het is steeds moeilijker voor zijn afgestudeerde leerlingen om een plek te vinden in een orkest of een ensemble. Toch probeert hij zijn eigen enthousiasme en zijn geloof in de kracht van muziek over te brengen op zijn studenten. ‘Het mooie van de Cello Biënnale is dat voor mijn gevoel alles wat ik leuk vind en waar ik goed in ben samenkomt. Ik heb bij het organiseren van Amsterdam Sinfonietta heel veel managers en solisten ontmoet. Bovendien ken ik ontzettend veel cellisten in Nederland omdat ik veel leerlingen heb gehad en omdat ik zelf veel heb geschnabbeld in allerlei Nederlandse orkesten. Al die kennis en al die ervaring heb ik kunnen bundelen in de Cello Biënnale die uit twee hoofdelementen bestaat: het festival met alle concerten en masterclasses door topmusici en daarnaast het grootschalige educatieve programma met het Nationaal Cello Concours, maar ook met talloze educatieprojecten door het hele land en niet te vergeten het Hello Cello Orkest voor kinderen en jongeren tot 18 jaar.’


‘Amsterdam Sinfonietta en Cello Biënnale hebben veel trouwe fans.’


‘Ik ben tevreden dat de sfeer meteen tijdens de eerste editie van de Cello Biënnale goed was, zowel binnen de organisatie als bij de musici en het publiek. Je moet mensen aan je binden en dat kan wat mij betreft alleen als je een goede atmosfeer creëert. Dan kan je samen heel veel presenteren. Dat de Biënnale elke keer weer volle zalen trekt vind ik geweldig, vooral omdat we ook veel nieuwe muziek programmeren. Neem bijvoorbeeld het concert van Amsterdam Sinfonietta op 27 oktober: dan spelen we wereldpremières van David Lang en Kate Moore en …miserere… van Andriessen en daarnaast hernemen we het celloconcert van Tabakova dat we tien jaar geleden in première brachten. En het goede nieuws is: het concert is al bijna uitverkocht! Het is dus écht waar: Amsterdam Sinfonietta en Cello Biënnale hebben veel trouwe fans. Ze komen naar onze concerten, ook als er onbekende werken op het programma staan.’

Deel deze pagina
 

Amsterdam Sinfonietta maakt gebruik van Cookies ter verbetering van onze website. Maakt u verder gebruik van onze website dan gaat u hiermee akkoord.
Meer informatie

Ok